Slootvegetatie profiteert van opbouw gradiënt
Onderzoek naar herstel van onderwatervegetaties in Reeuwijkse plassen
Van 2005 tot 2009 is door Watersnip Advies onderzoek verricht naar ’Gradiënten in Sloten‘ in het Reeuwijkse plassengebied. Het onderzoek vond plaats in opdracht van Stichting VEEN in samenwerking met de gemeente Reeuwijk, Research Centre B-Ware van Universiteit van Nijmegen en het Hoogreemraadschap van Rijnland. De laatste twee waren
verantwoordelijk voor de metingen van de chemische waterkwaliteit. Doel was om te onderzoeken of door het eenzijdig afsluiten van sloten een impuls kon worden gegeven aan het herstel en de ontwikkeling van watervegetaties.
Door het afsluiten van de sloot ontstaat een gradiënt. Gradiënten zijn geleidelijke overgangen in het landschap, of in dit geval van voedselrijk plaswater naar regenwater. In droge perioden wordt in de polders gebiedsvreemd rivierwater ingelaten. Dit water verspreidt zich door het hele systeem. In een gradiëntsloot stuwt het inlaatwater het regenwater op tegen het schot. Daardoor ontstaat een zogenaamde ’zoetwaterbel‘. Hier blijken soorten als Krabbescheer, Gewoon Blaasjeskruid en Stomp Fonteinkruid van te profiteren.
De conclusie van het onderzoek is dat het eenzijdig afsluiten van sloten en het vasthouden van gebiedseigen water ervoor zorgen dat de groeikansen voor watervegetaties toenemen en dat bepaalde aspecten van de waterkwaliteit, waaronder doorzicht, sterk verbeteren. De positieve effecten zijn in lange sloten beter zichtbaar dan in korte sloten. Dit komt doordat gradiënten zich in de lange sloten beter ontwikkelen.
Toepassingsmogelijkheden liggen voor de hand bij de (her)inrichting van veenweiden en veenplassen. Het is in veel gevallen zinvol om sloten aan de achterzijde te laten doodlopen. Hierdoor kunnen gradiënten worden opgebouwd en kan de ecologische waterkwaliteit worden verbeterd.
Artikel meinummer in De Levende Natuur: Herstel van onderwatervegetaties in Reeuwijkse plassengebied


